|
Description
|
De Westerschelde onder druk De antropogene ontwikkeling van het Scheldebekken, met onder andere inpolderingen, vaargeulverdiepingen (--> verruiming) en het bagger- en stortbeheer, heeft vanaf 1300 geresulteerd in geleidelijke maar ingrijpende veranderingen in de Westerschelde. Inmiddels zijn de morfologische veranderingen in de Westerschelde dusdanig duidelijk, waaronder de recent sterk zichtbare verschorring, dat een inschatting van de langetermijnontwikkeling van de natuurwaarden dringend noodzakelijk is. Het doel van dit rapport is dan ook om de maatschappij en haar bestuurders inzicht te geven in deze ontwikkeling. Ontwikkeling van ecotopen Analyses van publiek beschikbare bodemhoogtedata (1955–heden) en ecotoopkaarten (1996–heden) tonen een structurele verschuiving van intergetijdengebieden naar hogere ecotopen. Het areaal hoogdynamisch slik neemt gestaag af, terwijl laagdynamisch slik, pionierzone en schor toenemen. Deze langetermijntrend duidt op een systematische opwaartse ontwikkeling die een ecologische cascade in gang zet. Deze verschuiving vormt een risico voor het behouden van de Natura 2000-doelstellingen. Oorzaken van structurele veranderingen Substantiële veranderingen in de hoogteontwikkeling vallen samen met de eerste verdieping (1973–1976) en de sterke toename van het jaarlijkse baggervolume: van minder dan 0.5 miljoen m³ vóór 1950 tot circa 7–10 miljoen m³ per jaar sinds de eerste verdieping. Hoewel slikhoogte-toename vaak wordt toegeschreven aan autonome processen, wijzen onze analyses erop dat een Westerschelde-brede autonome ophogingstrend veel beperkter is dan vaak wordt aangenomen. De lokale toename in slikhoogte toont echter een sterke correlatie met het nabij gestorte baggervolume. Dit duidt erop dat bagger- en stortbeheer een belangrijke sturende rol spelen in de recente morfologische ontwikkeling, in tegenstelling tot de vaak genoemde historische effecten van inpoldering. De verdiepingen hebben daarmee gezorgd voor een blijvende verstoring van de sedimentbalans. Gevolgen en risico’s Op basis van de resultaten van dit rapport concluderen wij dat de Westerschelde structureel ophoogt en verstart, een ontwikkeling die wordt versterkt door de eerdere verdiepingen en het huidige bagger- en stortbeheer. Hierdoor verschuiven intergetijdengebieden naar hoger gelegen ecotopen, wat leidt tot een ecologische cascade richting verschorring en verlies van belangrijke NATURA-2000 gebieden en vogelfoerageergebieden. Tegelijkertijd wijst literatuur erop dat de geobserveerde afvlakking van het systeem het estuarium gevoeliger maakt voor zeespiegelstijging, waardoor de ecologische veerkracht afneemt. Beleidsimplicaties en kansen Onze resultaten tonen aan dat zonder koerswijziging het verlies van natuurwaarden in de Westerschelde een groot risico is. Daarom is het noodzakelijk de sediment- en stortstrategie te herzien, omdat deze, ondanks bestaande ecologische uitgangspunten, in de praktijk leidt tot een ontwikkeling die niet wenselijk is voor de Natuurlijkheid van de Westerschelde. Tegelijkertijd liggen er kansen om het beschikbare sediment te benutten als een strategische hulpbron voor meegroeivermogen van mens en natuur, mits zorgvuldig ingezet. Deze herziening vraagt om doelgerichte keuzes in het heden, met het oog op het veiligstellen van de ecologische en maatschappelijke functies van het estuarium voor de toekomstige generaties Zeeuwen. (2026-01-06)
|